Een bloedcel is veel kleiner dan je met het blote oog kunt zien, maar zonder deze minuscule deeltjes kan je lichaam niet functioneren. Je bloed wemelt van drie soorten bloedcellen, en ze hebben elk een heel andere taak. De rode variant zorgt voor zuurstoftransport, de witte variant beschermt je tegen ziekteverwekkers en de bloedplaatjes zorgen dat je niet doodbloeit bij een wondje. Samen houden ze je gezond, dag na dag. Wat doen al deze celtypen precies, en wat gebeurt er als er iets mis gaat?
Rode bloedcellen en het transport van zuurstof
Rode bloedcellen, ook wel erytrocyten genoemd, zijn de meest voorkomende cellen in je bloed. Ze bevatten hemoglobine, een eiwit dat zuurstof bindt en meeneemt naar alle weefsels en organen in je lichaam. Zodra de zuurstof is afgegeven, nemen de rode cellen koolstofdioxide mee terug naar de longen, waar het wordt uitgeademd. Een volwassen mens heeft zo’n vier tot zes miljoen van deze cellen per microliter bloed. Ze worden aangemaakt in het beenmerg en leven gemiddeld ongeveer 120 dagen. Daarna worden ze afgebroken door de milt en de lever. Als er te weinig rode bloedcellen zijn, spreek je van bloedarmoede. Dat geeft klachten als vermoeidheid, bleekheid en kortademigheid, omdat het lichaam dan te weinig zuurstof krijgt.
Witte bloedcellen en de verdediging van je lichaam
Witte bloedcellen, ook leukocyten genoemd, vormen het afweersysteem van je lichaam. Ze zijn niet allemaal hetzelfde. Er bestaan meerdere typen, zoals neutrofielen, lymfocyten, monocyten, eosinofielen en basofielen. Elk type heeft een eigen rol in de afweer. Neutrofielen zijn de snelste reageerders bij een infectie en vallen bacteriën direct aan. Lymfocyten herkennen specifieke ziekteverwekkers en maken antistoffen aan. Eosinofielen spelen een rol bij allergische reacties en bij de bestrijding van parasieten. Basofielen zijn betrokken bij ontstekingsreacties en komen in veel kleinere aantallen voor dan andere witte bloedcellen. Als het aantal witte bloedcellen te hoog of te laag is, kan dat wijzen op een infectie, een allergische reactie of een aandoening van het beenmerg. Een ernstige toename van een bepaald type leukocyt vraagt altijd om onderzoek door een arts.
Bloedplaatjes en de stolling van bloed
Bloedplaatjes heten in medische taal trombocyten. Ze zijn kleiner dan rode of witte bloedcellen en hebben geen celkern. Hun taak is simpel maar onmisbaar: zodra er ergens een bloedvat beschadigd raakt, klonteren ze samen om de wond te dichten. Dit proces heet bloedstolling. Zonder voldoende bloedplaatjes stopt een wondje niet snel genoeg met bloeden. Bij mensen met een te laag aantal trombocyten, een aandoening die trombocytopenie wordt genoemd, kunnen zelfs kleine schaafwondjes lang blijven bloeden. Een te hoog aantal bloedplaatjes kan juist het risico op een trombose vergroten, waarbij een bloedstolsel een ader of slagader blokkeert. Bloedplaatjes leven maar vijf tot tien dagen en worden net als de andere bloedcellen aangemaakt in het beenmerg.
Aanmaak van bloedcellen en wat er mis kan gaan
Alle bloedcellen ontstaan uit stamcellen in het beenmerg, het zachte weefsel in de holte van je botten. Die stamcellen delen zich en rijpen uit tot de verschillende celtypen. Dit proces heet hematopoëse. Het beenmerg maakt elke dag miljarden nieuwe cellen aan om de afgestorven cellen te vervangen. Bij bepaalde ziekten gaat dit proces mis. Bij leukemie, een vorm van bloedkanker, deelt één type witte bloedcel zich ongecontroleerd. Dit verstoort de aanmaak van andere bloedcellen, waardoor het lichaam minder goed kan afweren of minder zuurstof kan vervoeren. Ook bij bloedarmoede door een ijzer of vitaminetekort raakt de aanmaak verstoord. Een bloedonderzoek, waarbij de verhouding en het aantal van de verschillende celtypen wordt gemeten, geeft artsen veel informatie over wat er in het lichaam speelt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel soorten bloedcellen heeft een mens?
Een mens heeft drie hoofdsoorten bloedcellen: rode bloedcellen die zuurstof vervoeren, witte bloedcellen die de afweer verzorgen en bloedplaatjes die bloedstolling mogelijk maken. De witte bloedcellen zijn zelf ook weer onderverdeeld in meerdere typen, zoals neutrofielen, lymfocyten en eosinofielen.
Waar worden bloedcellen aangemaakt?
Bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg. Dat is het zachte weefsel binnenin de botten. Stamcellen in het beenmerg groeien uit tot de verschillende soorten bloedcellen die het lichaam nodig heeft.
Wat betekent een afwijkend aantal witte bloedcellen bij een bloedtest?
Een te hoog of te laag aantal witte bloedcellen bij een bloedtest kan verschillende oorzaken hebben. Een verhoogd aantal wijst vaak op een infectie of ontsteking. Een verlaagd aantal kan het gevolg zijn van een virusinfectie of een aandoening van het beenmerg. Een arts beoordeelt altijd de uitslag in combinatie met andere gegevens.
Hoe lang leven rode bloedcellen?
Rode bloedcellen leven gemiddeld ongeveer 120 dagen. Daarna worden ze afgebroken door de milt en de lever. Het beenmerg maakt voortdurend nieuwe rode bloedcellen aan om de oude te vervangen.
