Het onderwerp artikel 21 zorg komt vaak voor bij algemene hulpvragen rondom mensen die zelf niet goed meer kunnen beslissen over hun zorg. Dit speelt bijvoorbeeld bij mensen met dementie of een verstandelijke beperking. In Nederland bestaan duidelijke regels over hoe en wanneer iemand in een zorginstelling opgenomen mag worden als deze persoon dat eigenlijk niet wil, maar dit toch echt nodig is. Hieronder lees je wat artikel 21 inhoudt, hoe de aanvraag werkt en wat er allemaal bij komt kijken.
Wat is artikel 21 uit de Wet zorg en dwang?
Voor mensen die niet meer zelf kunnen beslissen over hun dagelijkse dingen, kan de veiligheid soms in gevaar komen. Denk aan ouderen met dementie die niet inzien dat ze hulp nodig hebben. De Wet zorg en dwang (afgekort Wzd) beschrijft wanneer iemand onvrijwillige zorg krijgt, dus zorg waar diegene niet zelf om vraagt. Artikel 21 uit deze wet verwijst specifiek naar het moment dat een beslissing moet worden genomen over opname en verblijf in een zorginstelling. Deze aanvraag heet officieel een artikel 21 aanvraag en wordt gebruikt als iemand niet duidelijk laat merken dat hij wil blijven of weg wil gaan, maar ook niet nadrukkelijk protesteert.
Voor wie is artikel 21 zorg bedoeld?
Algemeen gezien geldt artikel 21 voor mensen met een verstandelijke beperking, een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie, of een daarmee gelijkgestelde aandoening. Het zijn vaak kwetsbare mensen die niet meer zelf hun belangen kunnen behartigen. Soms zijn deze mensen in de war, kunnen niet goed aangeven wat ze willen of laten een dubbel signaal zien. De vraag of iemand wel of niet mag worden opgenomen in een instelling is dan lastig te beantwoorden. Familieleden, mantelzorgers of zorginstanties maken zich zorgen en willen de persoon beschermen, bijvoorbeeld tegen gevaar op straat of verkeerd medicijngebruik.
Hoe werkt een aanvraag volgens artikel 21?
Wanneer opname noodzakelijk is, maar een persoon protesteert niet duidelijk, kan een artikel 21 procedure gestart worden. Dit begint met een formele aanvraag bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De familie of een vertegenwoordiger van de cliënt kan deze aanvraag indienen. Ook een instelling kan dit doen, als er geen familie is of de situatie ernstig is. Een onafhankelijke arts of deskundige beoordeelt de situatie. Er wordt gekeken of opname echt nodig is en of er voldoende is geprobeerd om zorg op vrijwillige basis te organiseren. Het uitgangspunt is altijd dat onvrijwillige opname alleen mag als er geen andere oplossing meer is.
De gevolgen voor de betrokken persoon
Een algemene reactie op opname volgens artikel 21 is dat dit een grote stap is voor de persoon zelf en zijn of haar naasten. Het betekent dat iemand niet meer thuis woont en in een beschermde omgeving verder leeft. Soms is opname even nodig, bijvoorbeeld als iemand tijdelijk meer zorg nodig heeft. In andere gevallen is de opname voor langere tijd of zelfs blijvend. De persoon krijgt de zorg die hij of zij nodig heeft, zoals hulp bij wassen, aankleden, eten, medicijnen nemen en veiligheid. Ook familie krijgt uitleg en wordt betrokken bij het proces. Toch kan het zwaar zijn als iemand tegen zijn of haar zin moet verhuizen. In de praktijk lukt het vaak om toch samen tot een zo goed mogelijke situatie te komen.
Zorgvuldigheid en rechten van de cliënt
Bij een besluit tot opname onder artikel 21 zijn de rechten van de cliënt goed geregeld. Onvrijwillige opname is een ingrijpende stap en alleen toegestaan volgens vaste regels. Er vindt altijd overleg plaats met familie, vertegenwoordigers en zorgprofessionals. De persoon zelf mag ook zijn mening geven, hoe beperkt ook. Daarnaast is er altijd controle door een onafhankelijke arts of deskundige. De aanvraag wordt getoetst en vastgelegd. Als iemand het niet eens is met de beslissing, kan er bezwaar worden gemaakt. Zo is er controle op het proces en kan niemand zomaar worden opgenomen zonder reden.
Veelgestelde vragen over artikel 21 zorg
Wanneer wordt een aanvraag op basis van artikel 21 zorg gebruikt?
Een aanvraag op basis van artikel 21 wordt gestart als iemand niet duidelijk protesteert tegen opname, maar ook niet instemt. Dit doet zich vooral voor bij mensen die verward zijn of niet meer kunnen aangeven wat ze willen.
Wie beoordeelt of opname volgens artikel 21 mogelijk is?
Een onafhankelijke arts of deskundige beoordeelt of opname volgens artikel 21 echt nodig is. Ook wordt er gekeken of andere oplossingen mogelijk zijn.
Wat zijn de rechten van de persoon zelf bij opname volgens artikel 21?
De persoon zelf mag altijd zijn of haar mening geven, zelfs als die beperkt is. Familie en vertegenwoordigers worden altijd betrokken bij de beslissing, en er kan ook bezwaar worden gemaakt tegen het besluit.
Is opname altijd voor de rest van het leven?
Opname is niet altijd blijvend. Het kan tijdelijk zijn, bijvoorbeeld als iemand even extra zorg en bescherming nodig heeft. Soms blijkt na verloop van tijd dat zelfstandig wonen weer mogelijk is, of dat opname toch langer nodig is.
