Een gezond hart en toch een hartstilstand: waarom leefstijl alleen niet genoeg is

Een gezond hart en toch een hartstilstand: waarom leefstijl alleen niet genoeg is

Niet roken, genoeg bewegen, groente eten, op tijd naar bed. Je kent het rijtje. En het werkt ook echt: een gezonde leefstijl verlaagt je kans op hart- en vaatziekten flink.

Toch is er iets wat veel mensen niet weten. Een hartstilstand kan ook iemand treffen die alles goed doet. Een hardloper van 28. Een fitte vrouw van 45. In dit artikel lees je hoe dat kan, wat het verschil is tussen een hartstilstand en een hartinfarct, welke signalen je niet moet negeren en wat er in de eerste minuten echt telt. Want dat laatste bepaalt uiteindelijk of iemand het overleeft.

Wat een gezonde leefstijl wel doet

Eerst het goede nieuws. Je leefstijl doet er wel degelijk toe.

De meeste hartstilstanden bij volwassenen ontstaan doordat de kransslagaders vernauwd zijn geraakt. Dat zijn de vaten die het hart zelf van bloed voorzien. Roken, een hoge bloeddruk, een hoog cholesterol, overgewicht en weinig beweging maken zo’n vernauwing waarschijnlijker.

Alles wat je daaraan doet, telt dus mee. Stoppen met roken heeft het grootste effect. Daarna komen bewegen, gezond eten en je bloeddruk af en toe laten controleren. Geen spectaculaire adviezen, maar ze werken. Je risico gaat er echt van omlaag.

Waarom dat geen garantie is

Omlaag is alleen niet hetzelfde als weg. En daar zit het misverstand.

Bij jongere mensen ligt de oorzaak vaak ergens anders. Denk aan een erfelijke hartspierziekte of een aangeboren ritmestoornis. Dat zie je niet aan iemand. Je merkt er meestal ook niets van, tot het misgaat. Iemand kan jarenlang op hoog niveau sporten en zo’n afwijking toch bij zich dragen.

Er zijn nog meer oorzaken die niets met leefstijl te maken hebben. Een ontsteking van de hartspier na een virus bijvoorbeeld. Of een harde klap op de borst op precies het verkeerde moment in de hartslag, iets wat af en toe bij sport gebeurt. Ook bepaalde medicijnen en een sterk verstoorde zoutbalans in het bloed kunnen meespelen.

Gezond leven verkleint je risico dus, maar het maakt je niet onaantastbaar. Daarom telt niet alleen wat jij zelf doet, maar ook wat er om je heen geregeld is. Of er bijvoorbeeld ergens in je straat een buurt AED hangt voor het geval het toch misgaat.

Signalen die je niet moet negeren

Een hartstilstand komt vaak zonder waarschuwing. Maar niet altijd. Een paar dingen worden te vaak weggewuifd.

Flauwvallen tijdens inspanning is er een van. Niet na afloop, maar tijdens het sporten zelf. Dat hoort niet en is altijd een reden om naar de huisarts te gaan.

Hetzelfde geldt voor hartkloppingen waarbij je duizelig wordt of bijna wegraakt. Of voor kortademigheid en pijn op de borst bij iets wat je normaal makkelijk aankunt.

En dan de belangrijkste: kijk naar je familie. Is er een familielid onder de vijftig plotseling overleden zonder duidelijke oorzaak? Vertel dat aan je huisarts. Erfelijke hartziekten komen in families voor en zijn met onderzoek op te sporen.

Hartstilstand of hartinfarct?

Deze twee worden constant door elkaar gehaald, terwijl het verschil bepaalt wat je moet doen.

Bij een hartinfarct raakt een bloedvat naar het hart verstopt. Iemand heeft pijn op de borst, is misselijk of zweterig, maar is meestal nog bij bewustzijn en kan praten. Bel 112 en houd de persoon rustig.

Bij een hartstilstand stopt het hart met pompen. Iemand zakt in elkaar, reageert nergens meer op en ademt niet normaal. Soms hoor je nog wat happende geluiden. Dat is geen ademhaling, dat hoort bij de hartstilstand. Hier moet je zelf meteen aan de slag met borstcompressies.

Een hartinfarct kan trouwens uitlopen op een hartstilstand. Blijf dus bij iemand met pijn op de borst en let goed op.

De eerste minuten bepalen de rest

Zonder hulp daalt de overlevingskans met ongeveer tien procent per minuut. Na een minuut of zes wordt de kans op een goede afloop snel kleiner.

Krijgt iemand binnen die zes minuten reanimatie en een schok van een AED, dan kan de overlevingskans oplopen tot rond de vijftig tot zeventig procent. Dat verschil is enorm.

Het probleem is de tijd. In Nederland geldt de norm dat een ambulance bij een spoedmelding in 95 procent van de gevallen binnen 15 minuten ter plaatse is. Dat is snel voor een ambulance, maar te traag voor een hartstilstand.

Daar komt bij dat ongeveer zeventig procent van de hartstilstanden in of rond het huis gebeurt. Dus niet in een stadion of een winkelcentrum waar vaak al een apparaat hangt, maar gewoon in de woonkamer. Dat is precies de reden dat steeds meer straten samen een AED aan een gevel hangen. Zo’n apparaat is dag en nacht bereikbaar voor iedereen in de omgeving.

Waar zo’n AED moet hangen

Een AED die er wel is maar niet te vinden is, helpt niemand. De plek is dus bijna net zo belangrijk als het apparaat zelf. Hieronder staan de punten waar buurten meestal op letten.

Waar je op letWaarom het belangrijk is
Een centrale buitenmuurIedereen moet er dag en nacht bij kunnen, zonder hek of poort ervoor
Loopafstand van hooguit 150 meterOok vanaf het verste huis moet je snel heen en weer kunnen
Een verwarmde kast, niet in de volle zonVorst en hitte zijn allebei slecht voor de batterij en de elektroden
Aangemeld bij het oproepsysteemZo weet de meldkamer dat het apparaat er hangt en kan zij hulp uit de buurt oproepen
Een vaste beheerderElektroden en batterij hebben een houdbaarheidsdatum en moeten op tijd vervangen worden

De kosten vallen mee zodra je ze deelt. Het apparaat zelf kost meestal tussen de 1.200 en 2.900 euro, met daarbovenop de kast en het ophangen. Verdeel je dat over een hele straat, dan blijft er per huishouden een klein bedrag over. Veel gemeenten hebben bovendien een regeling voor dit soort initiatieven, dus het loont om daar even naar te vragen.

Wat je vandaag al kunt doen

Je hoeft niet te wachten tot er iets gebeurt.

Kijk eerst of er al een AED bij jou in de buurt hangt. Loop een rondje en let op de kastjes aan de gevels van scholen, sportkantines en supermarkten. Weet je het niet zeker? Vraag het gewoon even rond in de straat. Het scheelt enorm als je van tevoren weet waar je moet zijn.

Overweeg daarnaast een reanimatiecursus. Een dagdeel is genoeg. Je oefent op een pop, je bedient een paar keer een AED en daarna weet je hoe het voelt. Dat scheelt in het echt seconden.

En wees niet bang dat je iets fout doet. Een AED geeft alleen een schok als die nodig is. Bij iemand die er geen nodig heeft, gebeurt er niets. In de praktijk hoef je ook niet bang te zijn dat je aansprakelijk wordt gesteld omdat je te hulp schiet. Niets doen is het enige dat echt verkeerd kan gaan.

Blijf ondertussen gewoon gezond leven, want dat verkleint je risico echt. Zorg er alleen ook voor dat je omgeving klaar is voor het geval het toch misgaat.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *